Genealogie site van Peter van der Lee

Diverse Van der Lee groepen in Nederland


In de loop der tijd heb ik een redelijke hoeveelheid genealogisch informatie verzameld over de
families Van der Lee in Nederland, en altijd is er dan de vraag of er niet één aanwijsbare stamvader en moeder te vinden is.
Tot nu toe is dat niet gebeurd. En ik vermoed ook, dat dat wel niet zal gebeuren.
Toch wil ik proberen alle losse takjes die verbindbaar zijn ook met elkaar te verbinden.
Vandaar deze verzameling.

De eerste vraag die zich voordoet is natuurlijk: waar komt de naam vandaan?
Ik zie dan drie mogelijkheden:
- een persoon
- een plaats
- een combinatie van de twee

Uit het woordenboek weten we dat een Lee een afwatering is, en die zijn er in Nederland veel te vinden.
Verder zijn er plaatsen die een verwante naam hebben zoals Ter Leede.
Mensen worden dan genoemd naar de plaats waar ze wonen of vandaan komen..
Die plaatsen worden hierna behandeld.

Verder is er bekend dat er in de middeleeuwen een geslacht Van der Leede of Ter Leede heeft bestaan.
Maar ook in dat geval had men zich genoemd naar de plaats waar men, in dit geval, de heerschappij voerde.
De persoon die "Heer" van Ter Leede was, noemde zich ook zo.
Deze personen waren gerelateerd aan de Heren van Arkel, en het is aannemelijk dat het geslacht van Arkel uit een familie Van der Leede is voortgekomen.
We kunnen bij dit Ter Leede dan denken aan twee plaatsen:
1. De omgeving Leerdam - Schoonhoven - Bergambacht
2. Haastrecht
In deze twee plaatsen heeft de familie Van der Leede "heerlijke rechten" gehad.
Zie hiervoor ook de "van der Leede" groepen in het menu

Het is dus mogelijk dat er afstammelingen zijn van die familie Van der Leede, maar ook dat men genoemd is naar de plaats van afkomst (toponiem) en dus niet gerelateerd aan die oude familie.

Er zijn in Nederland nu een aantal clusters van Van der Lee families te onderscheiden, die clusters zijn voor zover bekend dus niet verwant, maar binnen de cluster is er meestal een duidelijke famlie relatie te vinden.
Ik onderscheid op dit moment de volgende clusters:

In Zuid-Holland:
- Westland met inbegrip van Rotterdam Den Haag
- Woerden, Gouda, Oudewater
In Utrecht en Betuwe:
- Krommerijn gebied, met daaraan grenzend de Betuwe in het bijzonder Graafschap Buren
- Omgeving Rondevenen, Westbroek
In Noord Brabant:
- De Langstraat, van Waalwijk tot Vlijmen (dit is wel de grootste groep)
- Uden, Oss, Rosmalen
- Rijsbergen
- Eindhoven
- Wamel en Dreumel
- Oudenbosch

Ik vermoed dat de Zuid Hollanders in drie groepen verdeeld kunnen worden:
1. Een groep met oorsprong De Lier
2. Een groep met oorsprong Ter Leede bij Leerdam
3. En misschien nog een groep die relateert aan de Abdij Ter Lede bij Lisse

Een andere groep is de Noord Brabandse
Een uitzondering daar, vormt de groep uit Oudenbosch, het lijkt me dat dat een aparte familiegroep is.
Een derde groep zijn de Utrechters samen met een deel van de Betuwenaren.

Uiteraard zijn in de tegenwoordige tijd de groepen meer over het land verspreid, maar in de 19e eeuw zijn die concentraties duidelijk te herkennen.

Op deze pagina's kunt u een groot deel van deze groepen vinden.


Mogelijke plaatsen van herkomst:


Westland



De Lier

Een groot deel van de Van der Lee'en in het Westland stamt af van Maarten Willemsz van der Lee, Boer in De Lier "Op de Lee" circa 1543. (Groep Lee-G4l3) Er is ook nog een groep die afstamt van Lenert Fransz die in 1576 Molenaar was Op de "Leemolen". (Groep Lee-G4l4) Maar volgens een publikatie in Ons Voorgeslacht 1956 nr. 57, is dit geslacht in de 18e eeuw uitgestorven Deze groep had een sterke band met de plaats Maasland. Of deze groepen ook familie waren (wat waarschijnlijk lijkt)is mij niet bekend. Wat mijns inziens wel opmerkelijk is, is dat we hier te maken hebben met een familie die zijn naam duidelijk ontleend heeft aan een bepaalde plaats.

Vermeldingen uit het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1851:

LEDE, plaats in Delfland, prov. Zuid-Holland, vermeld in een
handvest van het jaar 1199, gegeven door DIRK VII, Graaf van
Holland, als gelegen omtrent den oorsprong van het riviertje de Rotte,
ter plaatse, waar men thans nog den naam van Oude-Lie vindt.

LEE (DE), gehucht in Delfland, prov. Zuid-Holland, arr. en 2 1/4 u.
Z. van 'sGravenhage, kant, en 1/2 u. Z. van Naaldwijk, gem. en 1/2 u.
W. van de Lier; 
met 4 huizen, 20 inw. en eenen koornmolen.

LEDE (DE), voormalig riviertje in Delfland, prov. Zuid-Holland, dat, naar men wil, 
boven Schipluiden zijnen oorsprong nam, en vandaar in eene 
zuidoostelijke strekking naar Vlaardingen vloeide, waar het zich in de Maas ontlastte.

LEE (DE), rivier in Delfland, prov. Zuid-Holland; die uit de
Heensloot voortkomt, met eene oostelijke rigting langs het gehucht de
Lee en het dorp de Lier voortloopt, en zich bij de Lange-Brug 1/4u.
ZW. van Schipluiden, in de Vlaardingsche-vaart ontlast. Men wil, dat
dit watertje een overblijfsel is van de rivier de Liona, welke hier
vroeger moet gestroomd hebben.

LEE (DE BREE-), water in Delfland, prov. Zuid-Holland. Het
is dat gedeelte van het riviertje de Lee, hetwelk van het gehucht de
Lee naar het dorp de Lier loopt.

LEE (DE OUDE-), water in Delfland, prov. Zuid-Holland, dat
Z. O. van Delft, uit de Schie komt, door het Westermeer loopt,
en zich in het Oostermeer ontlast.

Het Groene Hart

Abdij Ter Leede


Ter Leede Uithof en

In en bij het Noordwijker Hout vinden we een aantal plaatsen waarvan ook de familie naam Van der Lee aan ontleend kan zijn. We hebben hier te maken met de Uithof, Het Huis, en het Klooster. Ik vermoed dat de Uithof en het Klooster kunnen strijden om de oudste rechten van naam. Een uithof kan namelijk duiden op een zeer oude middeleeuwse oorsprong, maar dat geldt evenzeer voor het Klooster. Het Klooster heeft een grote invloed gehad op het Zuid Hollandse omdat het heel veel grond in de omgeving heeft bezeten. Tot in het Westland is die invloed terug te vinden. In veel akten die met grondbezit te maken hebben wordt de Abdij van Ter Leede op de een of andere manier genoemd.

Vermeldingen uit het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1851:

LEDE (DE), De Lije of De Lie, riv. in Kennemerland, die uit het Spieringmeer voortkomt, 
en met eene bogtige noordelijke rigting naar de Mooie-Hel loopt en zich door deze in bet 
Spaarne ontlast, zoo dat de Veerpolder, die ten Oosten van de stad Haarlem ligt en 
Zuid-Schalkwijk, tusschen het Sparen en DE LEDE gelegen zijn. De LEDE scheidt in haren 
loop de Waert van Sparenwoude.

LEDE (DE), riviertje in Rijnland, prov. Zuid-Holland, dat 1/2 u. benoorden Leyden, omstreeks het Warrmonder-hek, uit de Mare voortkomende met eene noordelijke strekking door bet dorp Warmond vliet, en zich in het Haarlemmer-meer ontlast.


Het Recht van Ter Leede

Het Recht van Ter Leede

Kaart uit Historische Gemeente Atlas van Nederland ca. 1870

Vermeldingen uit het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1851:

Het Recht van Ter Leede.
LEDE (HET HUIS-TER-), voorm, adellijk huis in het graafschap Leerdam,
prov. Zuid-Holland, arr. en 2 u. N. 0. van Gorinchem, kant. en
3 u. Z, van Vianen, gem. Leerbroek-Reijerscoop-en-Middelkoop , 1/2 u. O. van Leerbroek.

LEERDAM , LEDE , LEDER of eigenlijk het REGT-VAN-TER-LEDEN , bij
verkorting ook wel TREFFELÉ, voormalig graafs., prov. Zuid-Holland thans
ook voor een klein gedeelte tot Gelderland beboorende, voor bet Zuidbollandsche
gedeelte arr. Gorinchem , kant. Vianen voor het Geldersche
arr. Tiel, kant. Culenborg; palende NW. aan het Land-van-Vianen,
N. aan het graafschap Culenborg, O. aan het Ambt-van-Beest-en-Renoy,
Z. aan de Linge, die het van bet Land-van-Asperen scheidt, ZW.
en W. aan het Land-van-Arkel.
Tot dit graafs. behoorde, behalve de stad Leerdam en omstreken,
de heerl. Schoonrewoerd en de baronie van Acquoy. Het bevatte
alzoo de tegenwoordige Zuidhollandsche gem. Leerdam en Schoonrewoerd, 
en een gedeelte van de Geldersche gem. Acquoy. De inwoners
vinden meest hun bestaan in de paardenfokkerij en den paardenhandel.
De grond bestaat meest uit lage weilanden, die van het overtollige
water, dat des winters, zoo door den regen, als door de opzwelling
der rivieren, veroorzaakt wordt, door behulp van watermolens moet
bevrijd worden.

LEERDAM, gemeente in het graafschap Leerdam, prov. Zuid-Holland, arr.
Gorinchem, kant, Vianen palende N. aan de gemeente Schoonrewoerd, O. 
aan de Geldersche gem. Beest, Z. aan de Linge, die haar van Asperen en 
Heukelom scheidt, W. aan Kedichem-en-Oosterwijk.

Over den oorsprong des naams van LEERDAM , wordt van sommigen,
aangemerkt of men dien niet te zoeken heeft in de Leders of Ladders,
welke de Heeren VAK ARKEL in hun wapen zouden gevoerd hebben ,
zoodat het LEDERDAM zou moeten heeten, doch dit wapen van deze
Heeren wordt niet ten volle bewezen. Anderen willen het liever LINGERDAM, 
van eenen dam in de Linge, genoemd hebben, en de nabijheid
van dezen stroom geeft veel aanleiding tot deze naamsoorsprong.
Wij merken echter hierop aan, dat de verkorting van LINGERDAM in
LEERDAM geschieden moet door het achter wege laten van vele letters,
die niet gemakkelijk in de uitspraak wegsmelten. Veel waarschijnlijker
komt ons het gevoelen voor, dat deze stad haren naam zoude
ontleend hebben van het afdammen van het stroompje de LEE of LEA,
dat vroeger aan de regterzijde van de Linge , beneden de stad, in die
riv. moet uitgeloopen hebben , waaruit dan de benaming van LEEËRDAM
of LEERDAM zeer natuurlijk voortvloeit.

Uit: Historische Vereniging Leerdam jrg.19 nr.2.

De kasteelplaats aan het Recht van ter Leede.
Wie over het Recht van ter Leede van Leerdam naar Leerbroek gaat, ziet even voorbij Loosdorp, 
ter hoogte van twee bijna haakse bochten in de weg en vóór de boerderij "Bouwlust", aan de rechterzijde 
een markant in het landschap liggend terrein. 
Een terrein dat door zijn specifieke vorm en door de hoogte ten opzichte van het omliggende land duidelijk 
aanwezig is. 
Het wordt bovendien fraai geaccentueerd door de aanwezigheid van wilgen, populieren en notenbomen.
Op deze plaats stond eens een kasteel, naar we mogen aannemen van de Heren van der Leede.
Een in 1994 uitgevoerd archeologisch onderzoek heeft de aanwezigheid van de altijd al vermoede 
kasteelresten aangetoond. 
Het onderzoek bestond uit weerstandsmetingen en uit booronderzoek. 
Het resultaat bracht onmiskenbare sporen van een kasteel aan het licht, bestaande uit funderingsresten 
en de opvulling van een gracht.

Over het Recht van Terlede of Van der Leede is het nodige te vinden in de archieven
Gelders archief : Toegangsnummer: 0370
Archieftitel: Heren en graven van Culemborg
In de Regesten lijst zijn de volgende vermeldingen te vinden.:

160 Wilhem, hertog van Beyeren, etc., beleent Johan, heer van Culenborgh, met de heerlijkheid van der Lee, 
zooals heer Henric, heer van der Lee, deze bezeten, en heer Johan van Polanen ze in gebruik had gehad. 
Datering:  1351 Mei 8 [Ghegheven te Leyden]
NB: 
a. Oorspr. (Inv. no. 6467), met het zegel van den oorkonder. 
b. Gevidimeerd in den brief van 1364 October 3 
reg. no. 211. 
c. Gevidimeerd in den brief van 1419 Mei 2 
reg. no. 680. 

161  Willem, hertog van Beyeren, etc., machtigt heer Jan, heer van Culenborch, dien hij met de 
heerlijkheid van der Lee beleend heeft, in het ambacht van Riderkerc en in de andere dorpen, die in 
het land van der Lee gelegen zijn, een richter te zetten en de achterstallige inkomsten te innen. 
Datering:  1351 November 28 [des Manendaghes na sente Katherinendach] 
NB: 
a. Oorspr. (Inv. no. 6466), met het zwaar geschonden zegel van den oorkonder. 
b. Gevidimeerd in den brief van 1364 October 3 
reg. no. 212. 

940  Philips, hertog van Boergoengen etc., gelast aan zijn tresorier en generaal-gouverneur van zijn financiën, 
aan zijn "zuster" Jacob, hertogin in Beyeren, zooveel uit te betalen als de renten van de stad en 
het slot Leyderdamme, met het land van der Leede en van Scoonderwoerde, welke door den heer van Egmond in 
pand worden gehouden, en welke renten haar bij het verdrag zijn toegezegd, bedragen. 
Datering:  1433 April 15 [Gegeven in onse stede van Herlem] 

1764  Gerit van Wiick Ottensz. belooft aan Gherardt, heer tot Culenborch, een goede rentmeester te zullen 
zijn van diens bezittingen in Lyenden, behoorende tot het slot van der Leede. 
Datering:  1464 April 12 

2267  Jasper, heer tot Culenborch etc., geeft volmacht aan zijn oom Everwiin van Culenborch om, 
volgens opdracht van den hertog en de hertogin van Oestenriick etc., de ingezetenen van Leerdam, 
het land van der Lee en Schoonrewoirde in genade aan te nemen en den eed af te nemen, en ook Clais van Haeften. 
Datering: 1481 Maart 12 [opten Manendach na den Sonnendach Invocavit] 

2313  Frederick, zoon tot Egmont, heer tot Yselstein, Bueren en Boesinchem, benoemd, op voordracht van Jaspar, 
heer tot Culenborch, tot drost van stad en slot Leerdamme met het land van der Lee en Schoenrewoerd, 
belooft dezen noch diens landen van Leerdam uit te zullen benadeelen. 
Datering: 1482 Juni 24 [op sunte Johansdach Nativitatis baptiste] 

Het Huis Ter Leede bij Kesteren

Ter Lede bij Kesteren


Het huis Ter Lede bij Kesteren

Het Huis Ter Lede te Kesteren, Getekend door Jan de Beijer ca. 1750
Op de achtergrond de Cuneratoren van Rhenen

Vermeldingen uit het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1851:

LEDE (HET HUIS-TER-) of HET HUIS-TER-LEE, ook wel het HUIS-TE-LIENDEN
of bet HUIS-TE-LIJNDEN genoemd, voorm, adellijk huis in de Neder-Betuwe, 
prov, Gelderland, distr. en 8 u. NW. van Nijmegen, kw, arr., kant. 
en 5 u. NO. van Tiel gem. en 1u. NW. van Kesteren.
Dit huis is voor dezen zeer sterk geweest. De Gelderschen hadden het
bezet, om de strooperijen der Utrechtschen te beletten. Het was een
vierkant zwaar gevaarte, grof en dik van muren, hebbende op iederen
hoek eenen dikken hangtoren, en nog eenen vierkanten, onder welken
men, door eene poort, over eene vaste brug, in het kasteel trad.
Het stond in eene diepe gracht , die met eeneb hoogen aarden wal
omringd was. Het gebouw was zoo hoog, dat het, van verre over
den Rijn, ligtelijk gezien kon worden. Het was een der oudste sloten
van geheel Gelderland, op welke de Heeren VAN LYNDEN, eertijds plagten
te wonen. Er is tbans weinig dan zijne oude grachten en wallen
van over; een enkele zware steen ligt nog op de plaats, waar de burg
eens stond. Sommigen meenen, dat deze steen, welke bijzonder glinstert,
diamanten zou bevatten.

LEDE of LEEDE, eigenlijk NIJERLEDE genoemd, heerlijkheid in de NederBetuwe, 
prov. Gelderland, distr. Nijmegen, kw., arr. en kant. Tiel gem. Kesteren; 
palende Noord aan de heerlijkheid Lienden, O. en Z. aan Kesteren, W. aan Ingen.

Deze heerlijkheid bevat de buurschap Lede en eenige verstrooid liggende
huizen. De inwoners vinden meest hun bestaan in den landbouw.
De Herv., die hier wonen, bebooren tot de gem, van Kesteren.
De RK., welke men er aantreft, worden tot de statie van Maurik
gerekend. Men heeft in deze gem. geen school, maar de kinderen
genieten onderwijs te Kesteren.
Het gerigt, hoog en laag, tienden, land en erven, gelegen tusschen
den NIJERLEDE en den Rijn, zijn door JOHAN en WILLEM VAN AMSTEL ,
als een vrij eigengoed, den 18 September 1328, aan REINALD II, Graaf
van Gelder verkocht, die deze goederen, uitgezonderd de heerlijkheid, in
1335 aan HUBRECHT VAN LIJNDEN, voor zijn leven opdroeg. Onderscheiden
van deze goederen waren de goederen van NIJERLEDE , die Hertog REINALD
van HERBEREN VAN STRIJEN gekocht had. Volgens eene quitantie van den
vierden termijn, 3200 gouden schilden (7680 guld.) bedragende, in
1346 gegeven, zijn die penningen door den Kapellaan van de Vrouw
van der EEM, op bevel van den Bisschop van Utrecht, betaald, zoodat
de Hertog tot dien koop zeker gebruikt heeft, een gedeelte der penningen,
die hem bij het aflossen der pandschap van Overijssel terug
zijn gegeven. Eerst in 1379 werd JOHAN , Heer van Lienden door den
Hertog van Gelre met het huis Ter-Leede, met singels en boomgaard en
niet het hooge geregt beleend, mogelijk als eene vergoeding, omdat
hij van het halve geregt van Lienden afzag, hetwelk hij in 1577 in
erfpacht genomen had. Sedert dien tijd zijn de Heeren van Lienden
achter elkanderen beleend, en is LEDE mede in 1461 verkocht. Echter
liet JOHAN VAN LOEN, oudste zoon van HEINSBERG, zich in 1429 na den
dood van zijnen halven broeder DIRK, Heer van Lienden, beleenen,
en WALRAVE VAN MEURS, Heer van Bahr verpandde LEDE in 1456 aan
HENDRIK, Bisschop van Munster, zonder dat wij weten, welk regt hij
daartoe gehad heeft.
De buurschap LEDE of LEEDE ligt 4 u. NW. van Nijmegen , 5 u. N. O.
van Tiel, 1u. NW. van Kesteren.

De Lee bij Houten

De Leesloot bij Houten

Het Waterschap Lee- en Rietsloot werd in 1634 opgericht, maar de Leesloot dateert waarschijnlijk al van voor het jaar 1000, het zou het oudste waterstaatkundig werk binnen Utrecht kunnen zijn.
Ik vermoed dat de Van der Lee'en uit de omgeving van Woerden, Oudewater en in het Kromme Rijn gebied hun naam aan deze Lee-Sloot te danken hebben.
Ook de Van der Lee'en uit Beusichem en Zoelmond zouden daarbij kunnen horen. Maar aan die kant van de Lek speelt het huis Ter Lede bij Kesteren ook een rol.


Lee In Brabant

Ledeakker

Kaart uit Historische Gemeente Atlas van Nederland ca. 1870

In Noord Brabant komt de plaatsvermelding Lee niet vaak voor. Van der AA vermeldt alleen Ledeakker en ik denk ook niet dat dat voor Brabant een naamsbron van Van der Lee kan zijn. Veeleer heb ik het vermoeden dat de oorsprong van de Brabantse Van der Lee'en in de Betuwe gezocht moet worden.

Vermeldingen uit het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa uit 1851:

LEDE-ACKER of LEDE-AKKER, dorp in het Overambt, van het Land-van-Cuyk, 
prov. Noord-Braband, Eerste distr., arr. en 4 u. O. ten
Z. van 'sHertogenbosch, kant. en 1u. W. van Boxmeer, gem. Oploo-
St.Anthonis-en-Ledeakker, 1u. N. van Oploo.
Men telt in de kom van het dorp, 14 huizen en 60 inw. en met het
gehucht Berkenbosch, 58 huizen en 240 inw., die meest hun bestaan vinden,
in den landbouw.
De inw., die alle RK. zijn, onder welke 100 Communikanten,
maken eene parochie uit, welke tot het apost. vic. gen. van Roermonde,
dekenaat van Cuyk behoort, en door eenen Pastoor bediend wordt.
De kerk, aan de H. Catharina toegewijd, is een oud gebouw, met
toren, en orgel. De dorpschool wordt gemiddeld door een getal
van 50 leerlingen bezocht. De kermis valt in den eersten Zondag
in September.